Door Admin op 17 april 2017

Per 2050 verdwijnt het aardgas uit alle huishoudens, als het aan de overheid ligt ten minste. Eind vorig jaar presenteerde het Ministerie van Economische Zaken de Energieagenda. Deze agenda schetst het overheidsbeleid na 2023, dat moet leiden tot een vrijwel CO2-neutrale economie in Nederland in 2050. Een ambitieus maar noodzakelijk doel, wat alleen haalbaar is als iedereen hieraan bijdraagt. Maar hoe gaan wij dat doen?

De overheid zet in op energiebesparing en terugdringing van het geb ruik van aardgas. Om dit te bereiken wil het kabinet duurzaam opgewekte elektriciteit en duurzame warmte stimuleren. Er wordt geen nieuwe gasinfrastructuur meer aangelegd en de wettelijke verplichting voor huizen en gebouwen op het gasnetwerk komt te vervallen. Het verwarmen van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen moet dus worden verduurzaamd. Een manier om dit te realiseren is om de woningen aan te sluiten op warmtenetwerken die gevoed worden met restwarmte uit de industrie en warm water uit geothermie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal er gekeken moeten worden naar alternatieve warmtevoorzieningen.

In 2015 deed de YAG onderzoek naar verduurzaming in de woningbouw en de rol van gas in de wijk. In opdracht van GasTerra is er gekeken naar de financiële aantrekkelijkheid voor een huishouden om te investeren in een duurzame woning. Investeren in goede isolatie en een hedendaagse gasketel bleek een zeer aantrekkelijke optie te zijn voor niet goed geïsoleerde huizen. Het gasverbruik voor warmtevoorziening voor een gemiddeld huishouden neemt op jaarbasis met 67% af en de investering verdient zich al na acht jaar terug.

tabel

Figuur 1: Verdeling van de huizen per energielabel t/m 2014 – Bron: RVO

Kijkend naar de verdeling van de energie-labels in de bestaande bouw, dan kan men concluderen dat een relatief groot gedeelte van de woningvoorraad nog een laag energielabel heeft. De YAG concludeert dat het isoleren van de gehele woningvoorraad een gemakkelijke en financieel aantrekkelijke eerste slag in de verduurzaming is. Eén van de ambities van de Energieagenda is dan ook om alle woningen in Nederland naar energielabel C te brengen.

Maar energielabel C hoeft niet het eindpunt in deze verduurzamingsstrijd te zijn. Als een woning wel goed geïsoleerd is, kan worden gekeken naar alternatieve, duurzamere verwarmingsmethoden om verder in te investeren. De meest vergaande optie is om een woning ‘All Electric’ te maken. Dit betekent dat de woning geen gas verbruikt en een groot gedeelte van de benodigde elektriciteit zelf produceert. Dit is veruit de meest duurzame optie, maar is door de zeer hoge investeringskosten voor een huishouden financieel gezien verre van rendabel.

Een betere optie zou zijn om voor een middenweg te gaan. Enkele onderzochte opties hiervoor zijn de Hybride Brandstofcel, de Micro WKK en de Hybride Warmtepomp (HWP). Alle opties vervangen het gas (gedeeltelijk) voor elektriciteit, wat resulteert in een grote vermindering van de CO2-uitstoot. De optie die op grote schaal de meeste kans van slagen lijkt te hebben is de HWP. De gassector ziet de HWP als een valide optie in de transitie van aardgas naar een CO2-arme warmtevoorziening.

De HWP is een combinatie van een HR-ketel en een warmtepomp. Er zijn verschillende typen warmtepompen, waarvan de meest gangbare een lucht/water-warmtepomp is. Deze onttrekt warmte aan de buitenlucht en gebruikt deze warmte om de ruimte te verwarmen. De werking is vergelijkbaar met die van een ijskast, maar dan omgekeerd; een koudemiddel onttrekt warmte uit de buitenlucht, waarna het door een elektrische pomp wordt samengeperst. Hierdoor loopt de druk en temperatuur op en het dan gasvormige middel geeft vervolgens zijn warmte af aan het water van het verwarmingssysteem. Op deze manier kan de elektrische warmtepomp in 80% van de jaarlijkse warmtevraag voorzien. De HR-ketel zorgt voor de overige 20%.

GasTerra is een van de initiatiefnemers in de gassector van een project welke inzet op het grootschalig uitrollen van de HWP. ‘Met hybride warmtepompen kan de gasvraag van een miljoen woningen in Nederland teruggebracht worden van circa 1,5 miljard kubieke meter gas naar 300 miljoen kuub’, aldus Han Fennema, CEO van Gasunie en KVGN-voorzitter, in een interview met het Financieel Dagblad. Zowel de benodigde elektriciteit als de piekvraag  voor gas kan duurzaam geproduceerd worden.

Een groot nadeel is dat het voor een huishouden, ondanks de energiebesparing, ook bij deze optie economisch niet rendabel is om te investeren in duurzame warmteopwekking. Verschillende onderzoeken, waaronder eerdergenoemde van de YAG, hebben laten zien dat met de huidige prijzen het installeren van een HWP (of een van de andere onderzochte opties) een huishouden over een periode van vijftien jaar, zelfs na subsidie van de overheid, al gauw enkele duizenden euro’s kost. Dit betekent dat huishoudens niet snel overstag zullen gaan.

De YAG is door GasTerra en Gasunie gevraagd om onderzoek te doen naar hoe de aanschaf van de HWP bij huishoudens kan worden gestimuleerd. In de eerste fase zijn de financiële en ecologische opbrengsten van een HWP samen met de customer journey voor een huishouden in kaart gebracht. Hieruit kwam onder andere naar voren dat de gas- en elektriciteitsprijzen het meest invloed hebben op het financiële rendement en dat voor huishoudens de financiën de belangrijkste factor in de keuze voor duurzame warmtevoorziening zijn. Daarnaast heeft de omgeving het meest invloed op de keuzes voor alternatieve warmtevoorzieningen. In de tweede fase van het onderzoek zal er worden  gekeken naar welke middelen overheden en andere belanghebbende partijen kunnen inzetten om de aanschaf van een HWP voor huishoudens aantrekkelijk te maken.

GasTerra en Gasunie hebben de ambitie om in een korte tijd tenminste 1000 warmtepompen op respectievelijk Ameland en Groningen te installeren. De uitkomsten van het YAG-project worden gebruikt om huishoudens in deze aanschaf te stimuleren. Deze projecten zijn echter niet de enige in zijn soort. Door heel Nederland lopen verschillende projecten waarbij de inzet is om duurzame energievoorzieningen aan de man te brengen. Zo kwam de Spijkerbuurt in Arnhem onlangs in het nieuws, omdat de gemeente deze wijk wil ontkoppelen van het gasnet. Om bewoners mee te krijgen mogen die zélf bedenken welke nieuwe energiebron er voor in de plaats komt. Ook hier zal de HWP een belangrijke rol spelen.

De bereidheid voor deze ‘Arnhemse methode’ is er in de Spijkerbuurt. De toekomst ligt dan ook in projecten, waar de overheid, bedrijven en huishoudens samenwerken. Financiële middelen als subsidies en schaalvergroting kunnen hierbij worden ingezet om verduurzaming aantrekkelijk te maken voor een gemiddeld huishouden. Maar alleen financiële middelen zullen niet voldoende zijn; het belang van verduurzaming moet ook gedragen worden. De energietransitie is noodzakelijk, maar zal de samenleving veel geld gaan kosten.

Het Ministerie van Economische Zaken zit gelukkig zelf ook niet stil en is bezig met verschillende berekeningen van de kosten die gemoeid zijn met de geambieerde energietransitie. De eerste uitkomsten hiervan worden halverwege dit jaar verwacht. “Het uitgangspunt is dat de energietransitie betaalbaar blijft voor burgers en bedrijven”, aldus het ministerie op haar website. Welke initiatieven de overheid hiervoor instelt, zal in de toekomst duidelijk worden. Een constructieve instelling is hierbij van belang.

 

Deze blog is geschreven door YAG-consultant Symen Theo Jousma, die aan verschillende projecten binnen de energiesector heeft gewerkt, waaronder projecten voor GasTerra en Gasunie.