Door Admin op 7 mei 2018

Co-creatie, design thinking, agile-big-data-sustainable-customer-centric-platforms. Het is een klein kijkje in de keuken van het innovatie vocabulaire waar men anno 2018 dol mee wordt gegooid. Vaak ook nog eens zonder te weten wat deze termen nu eigenlijk precies inhouden. Zo ook het geval voor Open Innovatie. Het is een term die sinds 2003 in het leven is geroepen door Henry Chesbrough en vaak, heel vaak, verkeerd geïnterpreteerd wordt.

Allereerst een verheldering door middel van de officiële definitie van Chesbrough zelf: “het gebruik van de doelmatige in- en uitstroom van kennis om interne innovatie te versnellen en externe markten voor de toepassing van de innovatie uit te breiden”. (An sich is deze definitie vrij helder, toch?)

De grote misconceptie omtrent Open Innovatie valt wellicht te wijten aan een ietwat onhandige benaming van het fenomeen. De term Open Innovatie laat men al vrij snel denken dat het gaat om een vorm van innovatie waar transparantie en het blootstellen van iemands technologie centraal staat. De hoop is dat andere partijen dit ook zullen doen en dat hier vervolgens lucratieve samenwerkingen uit voort bloeien. Hoe innovatief het ook klinkt, aantrekkelijk klinkt het in ieder geval niet.

Alhoewel dit geen foutieve interpretatie is, is het zeker geen complete interpretatie van Open Innovatie. Als we eens goed naar de definitie van Chesbrough kijken, zien we dat Open Innovatie zich niet alleen focust op eigen kennis naar buiten brengen, maar ook op het naar binnen halen van externe kennis. In het originele artikel van Chesbrough beschrijft hij deze twee vormen van Open Innovatie. De inkomende benadering (ook wel ‘inbound’ of ‘outsidein’), waar externe kennis de organisatie betreedt. En de uitgaande benadering (ook wel ‘outbound’ ook wel ‘insideout’) waar interne kennis de organisatie verlaat.

Open Innovatie trechter

Een snelle blik op deze twee benaderingen laat vrij snel zien dat de inkomende benadering aantrekkelijker lijkt te zijn dan de uitgaande benadering. Voordat uitgelegd kan worden dat dit niet altijd het geval is, is het belangrijk om eerst te begrijpen waar Open Innovatie vandaan komt.

Compleet tegenovergesteld van Open Innovatie is, u raadt het al, gesloten innovatie. Dit is de innovatievorm van de grote oligarchische technische bedrijven die met onderzoeksbudgetten, van gelijke grootte als het BNP van menig klein Europees land, in complete isolatie en gesloten laboratoria nieuwe technologieën ontwikkelen. Alhoewel dit zeker mogelijk was in de jaren ‘70 en ’80, werd het eind vorige eeuw steeds moeilijker om de torenhoge onderzoeksbudgetten te behouden.

De toenemende kosten van onderzoek en ontwikkeling stijgen met ongeveer 10% per jaar, terwijl nieuwe producten steeds kortere levenscyclussen hebben en dus korter op de markt beschikbaar zijn. Om het nog lastiger te maken zorgt de toenemende markt voor risicokapitaal ervoor dat de grote en gesloten bedrijven ruimte moeten maken voor flexibele startups die enorm snel nieuwe technologieën op de markt kunnen brengen. Dit zorgt ervoor dat het onhoudbaar is om in complete isolatie te innoveren en forceert het grote organisaties om hun innovatieproces steeds meer te openen.

Echter, verklaart dit vooralsnog niet waarom de inkomende benadering voor grote organisaties aantrekkelijker lijkt te blijven dan de uitgaande benadering. De logica achter deze ‘schijn’ van aantrekkelijkheid rust op de assumptie dat het beter is om meer kennis op te nemen dan weg te geven. Het is immers geen goedkope onderneming om relevante kennis te ontwikkelen en het wordt als zonde gezien om deze kennis weg te geven, potentieel aan de concurrent. De verschillende vormen van Open Innovatie hebben ieder eigen voordelen. Voordat er meer vormen worden geïntroduceerd dienen er eerst wat misconcepties van tafel geveegd te worden.

1. Alle kennis binnen een organisatie draagt bij aan de winstgevendheid van de organisatie

Ontwikkelingsafdelingen komen vaak met briljante ideeën die ervoor zorgen dat organisaties keer op keer succesvol kunnen zijn. Maar die ideeën zijn niet altijd even relevant voor de markt waarin de organisatie opereert of het nieuwe product past niet in de strategie van de organisatie. Wat er vroeger vooral veel gebeurde, was dat deze ideeën in de koelkast geplaatst werden en dus niet winstgevend konden zijn. Patent-powerhouse Philips bijvoorbeeld was hier in de jaren ’90 vooral heer en meester van. Het grote nadeel van een dergelijke aanpak is dat alle gemaakte kosten om een idee/patent/product te ontwikkelen worden gezien als verloren kosten, waardoor de totale kosten van ontwikkeling dus hoog oplopen.

2. Open Innovatie is een onbetaalde vorm van kennisuitwisseling

Deze problematiek leidt tot de tweede misconceptie dat kennisuitwisseling onbetaald is. In een onbetaalde context is het inderdaad onaantrekkelijk om kennis te delen en plaatst men het liever in de beruchte koelkast, maar dit hoeft helemaal het geval niet te zijn. Wanneer een goed idee niet naadloos aansluit met een bepaalde markt, kan deze wellicht wel goed aansluiten met een andere markt. Dit hoeft dan niet direct de concurrent te zijn, maar dit kan ook een andere partij in een andere industrie zijn. En voor dit soort uitwisselingen zijn er vele verschillende vormen van betaling zoals bijvoorbeeld licenties, winstdeling of eenmalige betalingen.

3. Innovatie is compleet open of compleet gesloten

Tot slot is het belangrijk om de openheid van Open Innovatie niet te zien als een binaire staat waarin men compleet open of gesloten is. De vorm van openheid kan men beter plaatsen op een spectrum waarin de mate van openheid een strategische keuze is.

Er zijn naast de inkomende en uitgaande vormen van Open Innovatie twee nieuwe vormen bijgekomen: betaalde en onbetaalde uitwisseling van kennis. Dit resulteert in vier nieuwe combinaties van Open Innovatie wat aangeeft dat er veel meer mogelijk is dan louter een onbetaalde uitgaande vorm, de openbaring van kennis aan Jan en alleman. Zo is er een uitgaande benadering die wel betaald is, namelijk de verkoop in welke vorm dan ook, van kennis aan derden. De inkomende benaderingen bestaan daarnaast uit de onbetaalde variant die externe ideeën verwerft of, tot slot, de betaalde variant die externe ideeën inkoopt.

 

  Inkomende benadering Uitgaande benadering
Betaald Inkopen Verkopen
Onbetaald Verwerven Openbaren

 

De vraag welke vorm als aantrekkelijk wordt beschouwd hangt af van de markt en visie van het bedrijf. Afhankelijk van het strategisch belang van de kennis, de aansluiting met de strategie van de organisatie en de mogelijkheden om de kennis succesvol te commercialiseren zijn verschillende vormen van Open Innovatie gewenst. De ene benadering is dus niet beter dan de andere.

Open innovatie; populair in het gebruik bij visionaire statements van bestuurders en managers, doch vaak verkeerd begrepen. Een onhandige benaming of slecht ingelezen in de betekenis van het fenomeen, de oorzaak blijft onbekend. Belangrijk om te begrijpen is dat Open Innovatie geen doel op zichzelf kan zijn. Men moet het zien als een benadering of methode om te innoveren die er van berucht is dat het vaak zelfs te veel kennis biedt. Voor bedrijven is het dan juist de crux om streng te selecteren op kennis en een goed gedefinieerd innovatiebeleid te handhaven. Hoe open het beleid van innovatie dan mag zijn heeft u vooral zelf in de hand.

Deze blog is geschreven door alumnus Sjuul Bosmans.